Onze laatste dag in Kroatië dus nemen we de gelegenheid
te baat om nog een flink zonnebad te nemen voor een tweede laag, want de
eerste begint al te vervellen. Het lijkt ietsje koeler dan de afgelopen
dagen, maar nog steeds erg warm.
In Nin doen we aan het einde van de middag wat boodschappen
en gaan daarna naar Zadar waar we met Joško hebben afgesproken. Zo
kunnen we tenminste een tijdje met hem praten zonder dat hij steeds op z'n
klanten moet letten. Zodra we de auto geparkeerd komen we erachter dat we
onze portemonnee kwijt zijn, waarschijnlijk laten liggen in de supermarkt
in Nin of daar op de parkeerplaats verloren. Er zat zo'n € 40 in, maar
om er nu direkt 20 kilometer voor terug te rijden, nee. Dan pinnen we maar
even opnieuw.
In het begin slenteren we wat door het stadje, van terrasje
naar terrasje en we eten wat. Joško weet heel wat te vertellen over
de stad. Zijn familie is van oorsprong Ialiaans, maar het blijkt dat een
heel stuk van de Kroatische kust tot de 2e wereldoorlog bij Italië
behoorde. Pas daarna is het deel gaan uitmaken van Joegoslavië.
Aan de oostkant van de oude stad, gelegen op een schiereiland,
ligt een haventje en de oude toegangspoort. Joško weet te vertellen
dat Zadar vroeger inderdaad al een Romeinse stad was met een forum en
een tempel waarvan we de resten eerder hebben gezien.
Veel van het oude gedeelte is in de laatste oorlog verwoest
door bombardementen. Het stadje schijnt vrijwel dagelijks gebombardeerd
te zijn, op korte rustpauzes na waarin een bestand was afgekondigd. Joško
is een aantal keren ternauwernood ontsnapt aan de dood, maar niet al zijn
leeftijdgenoten zijn zo gelukkig geweest.
Vanaf de boulevard aan de zuidkust zien we de zon fantastische
kleuren produceren bij het ondergaan. Ook hebben we prachtig uitzicht op
de vele eilanden voor de kust; het zouden er 365 zijn, 1 voor elke dag van
het jaar. De familie van Joško heeft een huisje op één
van de eilanden en hij nodigt ons uit om de volgende keer dat we naar Kroatië
komen, daar te verblijven. Klinkt wel heel aantrekkelijk.
We lopen het hele stadje wel twee keer af, eenmaal door
alle nauwe straatjes, waaronder het steegje waar Joško is opgegroeid,
en langs de kade. In het centrum is het ontzettend druk met Zadarezen
en toeristen, bij de kust kun je even rustig langs de kade zitten en genieten
van het prachtige uitzicht.
Lies gaat per ongeluk nog even pootje baden in het warme water
van de Adriatische Zee.
Al met al hebben we een fantastische avond en weten heel wat
meer over Zadar en over Joško. We mogen hem ontzettend graag en het
is wederzijds. Een goede reden om nog eens terug te komen, nog los van het
mooie landschap en het lekkere weer. Af en toe gebeurt het dat we zo'n speciaal
iemand ontmoeten waar het zo mee klikt en voor ons is dat heel waardevol.
Zoals Joško het zegt: meeting a Croatian in Japan.