Eigenlijk hoort Lies deze dag te beschrijven want vandaag
is het palmendag...
Na het ontbijt lopen we eerst een heel eind naar het zuiden van de stad
richting vliegveld omdat daar de dichtsbijzijnde fietsverhuurbedrijven zouden
zitten. Het lijkt mij ideaal om met de fiets naar wat verdergelegen plekken
te gaan hoewel Lies het nog niet echt ziet zitten tussen al dat drukke verkeer.
Zij is er dan ook niet rouwig om wanneer we niets kunnen vinden. Iedere
Marokkaan die we aanspreken weet dat het ergens in de buurt is, maar niemand
weet precies waar. Dorstig en verhit stappen we dan eerst maar het luxe
Atlas hotel binnen. Deze hele wijk is trouwens erg luxe met brede boulevards
en tuinmannen die overal het groen verzorgen. We komen zelfs in een straat
waar een paleis van de nieuwe koning moet staan, maar we krijgen er niets
van te zien.
Op het terras van het Atlashotel zitten we in een geďdealiseerde
Marokkaanse wereld. Als echte kolonialisten zitten we bij het luxe zwembad
waar een zogenaamde autochtone sfeer wordt verbeeldt. Er zullen genoeg toeristen
zijn die dat leuk vinden: alle westerse luxe bij de hand en je voor de gek
laten houden dat je in het 'echte' Marokko bent. Of welk ander land dan
ook. Gelukkig zijn wij niet van die verwende toeristen, maar we genieten
wel even van het lekkere bakje koffie. Ik krijg een beetje de neiging om
hier een verhaal te gaan houden over verwende toeristen (ik ben 4 jaar reisleider
geweest, waaronder een half jaar in Marokko), maar ik zal m'n mond dicht
houden. Wij houden ook af en toe wel van wat luxe, maar de vieze stoffige
straten, het lawaai en de mensen horen er gewoon bij. Wil je een land echt
proeven dan moet je de straat op en dat doen we dan ook weer.
De eerste taxichauffeur die stopt wil 100 Dirham om ons naar
de Palmeraie te brengen; verontwaardigd gooi ik de deur weer dicht. Een
tweede, erg vriendelijke, taxichauffeur neemt ons mee voor 50 Dirham. Dat
is de prijs voor een retourtje maar waarschijnlijk krijgt hij niemand mee
terug dus dat vinden we een redelijke prijs. De Palmeraie is een gebied
van 12.000 hectare vol palmbomen, ten noordoosten van de stad. Vroeger mocht
een gebouw niet hoger zijn dan een palmboom en ze mochten ook niet omgehakt
worden. Daarom zie je nog steeds palmbomen groeien langs de straten en door
het plaveisel heen.
We laten ons afzetten in de buurt van een cafeetje en
spreken met de chauffeur af dat hij ons na 3 uur komt ophalen. Zo kunnen
wij even de palmenwoestijn intrekken en bijkomen in het café terwijl
we ervan verzekerd zijn dat we vervoer terug hebben.
Marrakesh is één grote oase tussen het Midden-Atlas
en het Hoge-Atlas gebergte. De bergen worden omringd door woestijn, noordelijke
voorlopers van de Sahara. Ik heb altijd een zwak gehad voor woestijnen:
het lijkt zo leeg en stil, maar het krioelt er van het leven. Kamelen zijn
wel de grootste dieren die er kunnen leven. Eigenlijk zijn het dromedarissen,
kamelen met maar 1 bult, maar in het engels worden beide soorten 'camel'
genoemd. Typisch Nederlands om zo'n onderscheid te maken...
De grond is hier duidelijk woestijngrond en toch groeien
er tienduizenden palmen. Sommigen zijn zo groot en oud dat meerdere bomen
uit 1 stam ontspruiten. Er is hier water ondergronds, maar het zit heel
diep zodat lage gewassen niet kunnen overleven.
Uren dolen we rond en we zijn verbaasd dat we hier en daar
dorpjes aantreffen. Langs de weg staan een paar luxueuze villa's maar de
dorpjes zijn armoedig en al gauw hebben we een schare bedelende kinderen
achter ons aan. Het is bloedheet, maar nog steeds is dit niet de echte woestijn
die ik Lies graag zou willen laten zien. Het roept wel heel veel herinneringen
op uit mijn verleden toen ik veel tijd doorbracht in woestijnen... Zo poëtisch
als toen ben ik echter niet meer en daarom lopen we na een tijdje naar het
restaurant om wat verkoeling te zoeken en houden op met afzien.
We hebben nog een uurtje tot onze taxichauffeur (taxi nummer
121) ons weer op komt halen. We zitten heerlijk in de schaduw onder de palmbomen
en we genieten allebei volop van de rust. Dit is heel wat anders dan het
hectische Marrakesh. We horen geen auto's, geen brommertjes en weinig mensen,
een echte oase.
De tijd staat even stil, maar tenslotte lopen we toch weer
naar de weg en onze taxi komt precies op tijd aan. Stipter dan we hadden
verwacht. Lies moet in haar werk regelmatig taxi's regelen voor ouderen
en die komen standaard een half uur tot 2 uur te laat. Arabieren zijn meestal
vrij flexibel in hun afspraken (en terecht, er kan nou eenmaal van alles
tussenkomen), dus we zijn echt verrast. Deze taxichauffeur is ook duidelijk
anders dan degenen die we tot nu toe zijn tegengekomen want hij probeert
geen slaatje te slaan uit het feit dat we toeristen zijn en dus wel meer
kunnen betalen. Net als tijdens de heenreis hebben we ook nu weer een hele
levendige en prettige diskussie met hem en vertelt hij ons heel veel over
zichzelf, Marrakesh en de omgeving.
Wat de taxi's betreft leren we het volgende: er zijn 1600 kleine taxi's
(petit taxi, die alleen in de stad rijden) in Marrakesh; vrijwel alle chauffeurs
huren de taxi's wat zo'n 200 Dirham (€ 20) per dag kost. Brandstof,
reparaties en herstel van schade moeten de chauffeurs zelf betalen. Een
ritje van 3 kilometer tussen Gueliz en de Medina kost volgens de meter ca.
5 Dirham, voor een toerist 10 Dirham oftewel 1 Euro. Taxichauffeurs werken
dan ook meestal 12 uur per dag om 200 tot 400 Dirham winst te maken per
dag.
Hij brengt ons naar de tuin Majorelle en daar nemen we afscheid
van hem. De komende dagen blijven we wel uitkijken naar zijn taxinummer,
121, maar we zien hem niet meer terug deze reis terwijl we toch nog duizenden
keren taxi's aan ons voorbij zien rijden. Dan stappen we de tuin in en betreden
weer een nieuwe wereld, de tuin van Majorelle en het Islamitisch kunstmuseum.
Tussen de honderden bijzondere plantensoorten, waarbij
cactussen en palmen overheersen, slingeren rode paadjes. Een echt paradijselijke
tuin, een kalme oase in de drukke stad.
We hebben nog nooit zoveel verschillende soorten palmbomen
bij elkaar gezien, maar geen zaadjes. We hebben nog even de hoop dat die
in het winkeltje worden verkocht, maar helaas. De tuinen zien er goed
verzorgd uit, het resultaat van de tientallen tuinmannen die rondlopen.
De Jardin Majorelle, ook wel Bou Saf-Saf tuin genoemd,
is tussen de wereldoorlogen aangelegd door de Franse kunstenaar Louis
Majorelle. Hij was een art-deco schilder die vooral de kleuren rood, kobaltblauw
en Veronees groen gebruikte. Dat Veronees kenden we niet, maar zo wordt
de kleur omschreven.
Prieeltjes en vijvers maken een waar lustoord van de
tuin en het is heerlijk om wat rond te wandelen en te rusten op een bankje
terwijl talloze vogels om ons heen kwetteren. Een plek die je absoluut
niet mag missen wanneer je in Marrakesh bent!
Wanneer we de straat weer oplopen merken we hoe rustig en
koel het in de tuin eigenlijk was. We worden nu weer omringd door het lawaai
van het verkeer en verzengd door de brandende zon. We stappen na een eindje
lopen weer een luxe hotel binnen voor een drankpauze. We drinken al gauw
een liter per uur aan koffie, thee en frisdrank op de heetste uren van de
dag.
Een scooter midden op straat? Ja, de berijder kwam een bekende
tegen dus stalde zijn scooter gewoon ter plekke. Het overige verkeer rijdt
er wel omheen.
Na een rustpauze in het hotel beginnen we aan onze avondroutine:
wat lopen door de wijk Gueliz, een terrasje pakken bij een van de drukke
kruispunten, eten bij Charly's Cabana waar we nu al enthousiast worden ontvangen
als vaste klanten met een vast plekje en vervolgens weer naar een volgend
terras om te kijken naar de onophoudelijke verkeerschaos van de stad.
Eén van de raadselen die we hebben opgemerkt wordt opgelost: er lopen steeds
jongemannen heen en weer met rinkelend kleingeld in de hand. Eerst denken
we nog dat ze geld wisselen, biljetten voor kleingeld, maar uiteindelijk
blijkt dat ze losse sigaretten verkopen. Ze kopen sloffen vol bij een kraamje
en verkopen ze per één of twee met een beetje winst.