We slapen lang uit, deze eerste nacht in Beauly. Hier zijn
geen vaste tijden voor het ontbijt. Als we willen, kunnen we om 12 uur ook
nog wel ontbijten. Na een prettig uurtje met Iain gekletst te hebben, gaan
we op pad. De twee voorgaande jaren hebben we voornamelijk lange tochten
vanuit Beauly gemaakt naar afgelegen streken in het noorden, westen en oosten.
Dit keer willen we het wat rustiger aan doen en wat meer in de omgeving
rondkijken.
Allereerst gaan we naar Inverness, op zoek naar de Schotse soeplepels. Al
een aantal keren hebben we soep gegeten en gemerkt dat de Schotten erg praktische
soeplepels hebben; wat dieper dan in Nederland en zo gevormd dat je ze helemaal
in je mond kan doen, zodat je niet zo snel morst. We zijn gelukkig nog een
beetje bekend in de stad en lopen van de ene naar de andere winkel. Maar
na ruim een uur zoeken nog geen soeplepels! Dan maar weer op pad.
We gaan de oostkant van Loch Ness bekijken en willen
er alle weggetjes afrijden. Vanuit Inverness nemen we het ene weggetje
naar het zuiden, keren weer terug naar het noorden en nemen dan de volgende
weg. En zo komen we ineens langs een tuin met een stel lama's erin!
In de buurt van Dores ziet Lies plotseling in de verte een
kasteelachtig huisje. We keren om en rijden zo'n beetje alle zandpaadjes
in die we in de buurt kunnen vinden, maar zien het kasteeltje niet.
We zijn zelfs door de bossen gaan lopen, op zoek naar het kasteel, maar
we kwamen er niet dichterbij. Wel vinden we ergens een bordje met de
tekst Aldourie Estate, dus we nemen maar aan dat dit het Aldourie Castle
is.
Doordat we alle wegen op de kaart bij langs rijden, komen
we regelmatig weer in de buurt van Inverness. Hier een blik op deze stad
vanaf de heuvels in het zuiden.
Even tussendoor nog een opmerking over (nog) zo'n rare tick
van Teije: met een zwarte pen markeert hij alle wegen op onze oude, gedetailleerde
kaart van Schotland (2 jaar oud), die met grote lappen tape bij elkaar wordt
gehouden. We hebben ook een nieuwe kaart gekocht, maar die is nog ongebruikt.
Hij kan geen afstand doen van de oude kaart, die zwart staat van de duizenden
kilometers die we al door Schotland hebben gereden. Op deze manier zien
we wel heel snel of we ergens al geweest zijn of niet en 'veroveren' we
steeds meer stukjes Schotland.
We schieten niet erg op, maar zien op deze manier wel
de hele streek. Hier pauzeren we even bij Loch Duntelchaig.
We hebben broodjes, beleg en drankjes mee en gaan picknicken
bij Loch Killin, helemaal aan het eind van een single track road. Vlak voor
het loch zien we dit mooie huis staan, dat deel uitmaakt van het Carrochie
Estate.
Het is redelijk warm vandaag (18°C) en er is niemand
bij het meer. Een volkomen verlaten, maar bijzonder mooie plek langs het
water tussen de bergen. Pure rust! Als hier ooit een stress-trolletje
voorbij is gekomen, is die waarschijnlijk allang verdronken...
Er zijn ook geen migets of muggen dus kunnen we hier
rustig een uurtje blijven zitten genieten van de stilte. Er zijn zelfs
nauwelijks vogels te horen.
Vlakbij Loch Tarff zien we allerlei stukken heide op
de bergen in brand staan. We hebben het al eerder gezien en we hebben
gehoord dat de boeren dat af en toe in de lente doen. Maar soms is het
wel op heel moeilijk te bereiken plekken. We moeten nog eens vragen hoe
dat zit.
Iain (onze vriend van het Caledonian hotel in Beauly) was
zo vriendelijk ons het antwoord te mailen toen hij dit verslag las:
De reden waarom de heide in de vroege lente wordt verbrand heeft te maken
met het onderhouden van de stand van 'korhoenderheide', maar ook voor de
evt. grazende schapen, herten of vee. De branden worden nauwlettend in de
gaten gehouden, in stroken van 3. Oude heide biedt bescherming aan herten
en nieuwe heide biedt onderdak aan korhoenen. De afgebrande stroken verdelen
de heide zo in nieuwe en oude heide. Natuurlijk moet dit gebeuren na het
natte winterseizoen wanneer de heide weer droog genoeg is, maar voor het
broedseizoen is begonnen.
Aan het einde van de middag arriveren we dan eindelijk
bij de zuidpunt van Loch Ness, in Fort Augustus. Het is nu hoog tijd voor
een kopje soep met een drankje. Van de uitbaatster krijgen we te horen
in welke winkels in Inverness we de juiste soeplepels kunnen kopen. Een
klusje voor maandag. En Teije is druk in de weer met het afstrepen van
wegen op de kaart...
Terug in Beauly besluiten we wat meer foto's van het dorpje
zelf te maken, en wat uitgebreider rond te lopen. We hebben hier al meer
dan 2 weken vertoefd de afgelopen jaren, maar nog nooit echt veel foto's
genomen.
Uiteraard moet ook 'ons' hotel op de foto. Het hotel
ligt aan het plein in het centrum van het dorp. Binnenkort hebben ze een
eigen website en we zullen dan onmiddelijk een link naar ze plaatsen.
Naast het plein staat de Beauly Priory, in 1230 gebouwd.
Tijdens de reformatie werd deze verwoest en is nu een ruïne. Twee
jaar geleden werd er nog entreegeld gevraagd, nu kun je de abdij-ruïne
gratis bezoeken.
De zon schijnt deze avond volop en biedt ons de mogelijkheid
deze silhouet-foto te maken van onszelf bij de ingang van de abdij. De muren
staan nog overeind, maar het dak is eraf. In de zijkapellen zijn diverse
graven te zien.
Daarna lopen we nog wat door het dorp en belanden bij Cathy
die achter het hotel in haar tuin zit. Na een kort praatje laat ze ons alle
schuurtjes en kamertjes van het hotel zien. Het gebouw blijkt wel 3x zo
groot als we dachten. En wij maar denken dat ze niet zoveel aandacht aan
het gebouw schonken, maar nu blijkt dat ze op diverse plekken hard aan het
werk zijn om het geheel op te knappen.
's Avonds hebben we een heerlijke avond in de pub: gesprekken met Iain en
Cathy, en met de locals waar we ondertussen zelf ook een beetje bij horen,
en uiteraard moeten we hun nog deze website laten zien en de foto's van
henzelf die we eerdere jaren hebben gemaakt. Al met al wordt het weer behoorlijk
laat, maar we hoeven niet vroeg op. Vooral ook dit gewone kontakt met de
lokale bevolking maakt een land zoveel boeiender dan om er alleen maar doorheen
te rijden en van de landschappen en bezienswaardigheden te genieten. Schotland
is voor ons een adembenemend land, maar de mensen die er wonen maken dat
wij ons er thuis voelen.