En alweer zijn we vroeg uit de veren. In eerste instantie
lijkt het weer op dat van gisteren, maar uiteindelijk krijgen we meer regen
dan we ooit in Schotland hebben meegemaakt op 1 dag. En toch, het duurt
maar een paar uur. Een echte hele lange dag met alleen maar regen hebben
we nog steeds niet meegemaakt in Schotland, ondanks de slechte reputatie
die het land op dat gebied heeft.
We nemen de weg naar Sligacan en slaan aan het einde van Glen
Drynoch af naar het zuiden, richting Glenbrittle en de Cuillin Hills. Dit
is een gebied met de hoogste en ruigste bergtoppen op Skye, waar je ontzettend
mooie wandelingen kunt maken.
De weg erheen ligt er omdat het ooit als langste landingsbaan
voor vliegtuigen op Skye werd gebruikt. Dat lezen we in een reisgids, maar
het is moeilijk voor te stellen, want de weg is zeker niet recht. Op de
parkeerplaats aan het eind hebben we lang staan zoeken naar de webcam die
we enige tijd op de site hebben gehad en uiteindelijk vinden we hem aan
een paal, tientallen meters het land in. Het zal dus geen gewoon webcammetje
zijn, maar een beveiligingscamera met een sterke zoommogelijkheid. We zwaaien
toch maar even.
En dan moeten we zelf aan de klim. Maar onze conditie
blijkt niet zo supergoed te zijn als we zouden willen en na een uurtje
besluiten we maar geen toppen van 900 meter hoog te beklimmen en gewoon
rustig weer af te dalen.
Enkele dagen later lezen we in de krant dat John McCleod,
hoofd van de clan die in Dunvegan Castle woont, dit gebied te koop aanbiedt.
Voor slechts 10 miljoen pond (16 miljoen euro). Het is een prachtig gebied
zonder wegen en wanneer je overal tolhekjes neerzet voor de wandelaars moet
dat toch zo terug verdiend zijn... Sommige autoriteiten betwisten echter
of het wel zijn grond is.
Terwijl we weer wegrijden uit Glenbrittle klaart de lucht
op en verschijnt de zon plotseling. Het land ziet er meteen weer heel anders
uit. We nemen de weg terug, rond de Cuillin Hills, verder naar het zuiden,
maar overal blijven we deze imposante bergen zien.
Met de kust (Loch Ainort links) aan onze linkerhand
en de Cuillin Hills aan de rechter vervolgen we onze weg naar Broadford
waar we de single track road naar Elgol nemen.
Het landschap blijft fenomenaal en een genot om naar
te kijken. Rechts zit Lies vlakbij de marmermijnen van Torrin, een mijn
waar het witte marmer van Skye wordt gedolven.
Hoewel de weg niet lang is, kun je niet zo hard rijden
en neemt het nogal wat tijd in beslag voor we in Elgol aankomen. Vanuit
Elgol nemen we eerst het kleine, steile en spannende weggetje naar Glasnakille.
Daar moet je niet teveel verkeer tegenkomen, want het is een uiterst smalle
weg met veel 'blind summits', toppen waar je geen tegenliggers kunt zien
aankomen en waar de weg vaak een onverwachte bocht naar links of rechts
maakt.
Elgol is een klein dorpje met prachtig uitzicht over
de Cuillin Hills in het noorden en diverse eilanden in het westen. Na
de regenachtige start vandaag, ligt de zee er nu prachtig blauw bij.
We maken een wandeltocht over het stenige strand dat
er uitziet als een gletsjer met al die spleten en kloven. Het weer is
mooi genoeg om even te gaan zonnen wanneer je uit de wind bent. Toch houden
we de trui maar aan.
Daarna rijden we hetzelfde stuk weer terug en gaan nog wat
zuidelijker, naar het schiereiland Sleat (spreek uit als Sleet). Dit gebied
wordt ook wel de tuin van Skye genoemd omdat het er zoveel groener is dan
op de rest van het eiland. Het is ondertussen weer lekker warm geworden.
Er is inderdaad veel meer begroeiïng en voor het eerst
zien we ook struiken en planten in bloei. Iets anders wat ons opvalt deze
reis zijn de lammetjes, of beter gezegd het gebrek eraan. Overal lopen de
schapen los op Skye, en in deze tijd zou je veel lammetjes verwachten. Maar
het zou nog een paar dagen duren voor we de eerste te zien kregen. Net alsof
de lente in Schotland wat later begint.
En uiteraard komen we ook weer de onvermijdelijke kastelen
tegen. Knock Castle (links, een ruïne) werd in de middeleeuwen door
de MacDonalds van Sleat gebouwd. Armadale Castle (rechts) verkeert in
een heel wat betere staat en men is hard bezig op het landgoed om het
aantrekkelijker voor toeristen te maken. Ook dit kasteel is van de MacDonald
clan.
Maar ook gewoon langs de weg kom je af en toe huisjes tegen
die op kasteeltjes of in ieder geval op fraaie landhuizen lijken. Je verwacht
ze niet, maar ineens staan ze daar, half verscholen in het bos of achter
een heuveltje.
Vanuit Ardvasar moeten we nog even tot het einde van het
schiereiland rijden, naar de Aird of Sleat. Daar zien we wel de tekenen
van de lente: een koe met kalfje. Maar om daar nou zo'n end voor om te
rijden...
Op de terugweg nemen we de bergachtige route naar de
westkust van het schiereiland. Ook daar heb je een prachtig uitzicht op
bijvoorbeeld het eiland Rum (links). En bij Tokavaig moet Teije natuurlijk
nog even een foto maken van de ruïne van Dunsgathaich Castle.
We hebben nu bijna alle weggetjes op Skye gereden en de mooiste
plekken gezien. Heel voldaan keren we dan ook terug naar Portree waar we
in de pub nagenieten van deze dag, de meest regenachtige die we ooit in
Schotland hadden meegemaakt. Nou we tekenen ervoor wanneer het zo blijft.
Die paar spetters doen ons geen kwaad en de zon laat zich elke dag wel weer
zien. We betalen het hotel en plannen de route voor morgen; we hebben zin
om onze vrienden in Beauly weer te zien.