Dat we zo vroeg naar bed zijn gegaan, komt niet alleen omdat
wij er zo vroeg uit willen, maar ook met het feit dat er voor 9 uur ontbeten
moet worden. 's Ochtends dus geen getreuzel en zeker geen sprake van uitslapen.
Daardoor zijn we meteen mooi vroeg op pad. De lucht is zwaar bewolkt, maar
het is droog.
We trekken vanuit Portree naar het noorden. Vanuit de
verte kunnen we de Old Man of Storr al zien staan. Dit is de grote piek
(49 meter hoog) naast de berg Storr. Hij staat apart van de berg door
een enorme landverschuiving. We willen er naar toe lopen, maar de paden
zijn te drassig.
Iets noordelijker, bij Lealt, is de meest spektaculaire kloof
op Skye met diverse watervallen. Lies vindt het toch iets te hoog en te
steil om al te dicht bij de rand te gaan staan.
Ook de kustlijn ligt hier hoog boven de zee en de kliffen
zijn vaak uiterst steil, soms vrijwel loodrecht naar beneden.
Bij de Kilt Rock Waterfall is dat goed te zien: het water stort zich hier
100 meter de diepte in. Heel verstandig heeft men hekken geplaatst vanwege
het gevaar.
Bij Brogaig rijden we op advies van een mevrouw in een
broodjeszaak 4 kilometer de Quiraing in, via een tussenweggetje richting
Uig. Op de top is een parkeerplaatsje, vanwaar je een prachtig uitzicht
op dit bizar landschap hebt. Dit gebied schijnt laatst in een auto-reklamespotje
te zijn gebruikt (Peugeot, geloof ik). Hier een aantal foto's van dit
gebied.
In korte tijd klimmen we heel snel de heuvels in vanwaar
we een prachtig uitzicht op de zee hebben en het zachtgroene, bijna mysterieus
aandoende, landschap.
Het weer lijkt wat op te klaren en we rijden terug naar
Brogaig en vandaar verder naar het noorden langs de kust. Bij Duntulm
staat een kasteelruïne en sinds we een speciale kastelenpagina op
de site hebben, wil Teije zoveel mogelijk foto's maken van alle kastelen
waar we langskomen. Hier tonen we slechts een paar foto's.
Op deze plek stond in het IJzeren tijdperk al een broch, een
versterkte toren. Later werd er door de MacDonalds een stenen kasteel gebouwd,
maar in de 18e eeuw werd het kasteel verlaten.
Het uitzicht is wijds en de plek is strategisch gekozen.
Het is ondertussen zo warm geworden dat Teije in z'n T-shirt rondloopt.
Nadat we weer in de auto zijn gestapt, begint het een beetje
te miezeren en af en toe echt te regenen. Typisch Schots weer: het ene moment
is het zonnig en warm en het volgende moment is de lucht vol wolken en daalt
de temperatuur flink. Over 5 minuten kan het weer totaal omslaan en daarom
maken wij ons nooit zo druk over het Schotse weer.
Vanaf Duntulm rijden we naar het zuiden, via Uig en tenslotte naar het westen.
Eigenlijk bestaat het eiland Skye uit verschillende grote schiereilanden.
En vooral aan de uiteinden moet je vaak dezelfde weg weer terug nemen om
naar een ander deel van het eiland te kunnen. In het westelijke deel willen
we naar Dunvegan Castle, maar eerst moeten we (Teije eigenlijk) nog wat
binnenweggetjes naar afgelegen plekken afrijden. Het landschap is prachtig
en veel wegen lopen vlak langs de kust met zicht op de vele tientallen (honderden)
eilandjes in de buurt.
Maar uiteindelijk arriveren we dan bij Dunvegan Castle, het
kasteel waar het langst achter elkaar 1 familie heeft gewoond: de heersers
van de McLeod clan (spreek uit als MacCloud). Al sinds 1270 woont deze familie
hier.
Het kasteel is zeker de moeite waard om te bezoeken en ook
de tuinen zijn prachtig. Wij willen ook wel zo'n waterval in de tuin. In
het kasteel kun je een heldere videovoorstelling krijgen over de geschiedenis
van dit deel van Schotland en deze clan.
Via allerlei single track roads trekken we daarna rustig verder
naar het zuiden. Het weer is net een jojo: soms somber en dreigend,
dan weer zon. Via Drynoch rijden we weer naar de westkust bij Talisker.
Bij Talisker is (alweer) een indrukwekkende waterval,
maar ook loslopende koeien. Teije heeft het er niet zo mee op (ooit als
kind achterna gezeten door een koe, rond de hooiberg), maar ze zijn banger
voor hem dan omgekeerd.
Eén van de mooiste eigenschappen van Schotland vinden
we nog steeds de kombinatie van bergen en water. Overal zijn lochs en lochjes
te vinden en op de meest verscholen plekken kom je watervallen tegen.
Ook de eenzame huisjes die je hier en daar aantreft geven
een bepaalde sfeer aan het land. Je kunt je honderden jaren terug in de
tijd wanen wanneer je de heuvels intrekt en rondwandelt, ver van de bewoonde
wereld, maar toch met een teken van leven hier en daar.
Het is nog niet heel erg laat, maar we besluiten langzamerhand
richting Portree terug te keren en het dorp nog wat te verkennen.
We rijden terug naar Coillore en nemen daar de single track
road dwars over het eiland. Een prachtige weg over de hoogvlakte van Skye.
Vanuit de verte zien we Portree alweer liggen.
Portree is de grootste stad op Skye (er leven zo'n 10.000
mensen op Skye, waarvan een aanzienlijk deel in Portree) en was ooit een
levendige havenstad. Te zien aan de gebouwen is het toerisme ook een belangrijke
bron van inkomsten geworden. Hoewel we een lange tocht hebben gemaakt en
veel hebben gezien, is er voldoende tijd over om met daglicht door het stadje
te slenteren.
Portree ligt beschut aan een baai en nog steeds liggen
er veel visserschepen in de haven.
Langs de kade loopt een straatje met felbeschilderde
huizen, net poppenhuizen. Hier staan een aantal leuke eettentjes en hotels
en Bed & Breakfast's.
Het hele stadje ziet er verzorgd uit, wat wel eens anders
is in Schotland. Achter de kerk bij de haven kun je een torentje beklimmen
van waar je een prachtig uitzicht over de stad en de haven hebt.
Om half negen werd het donkerder en zoeken we naar een pub.
Met kaarten en boeken over het tafeltje gespreid, bereiden we ons voor op
de route van morgen. Onze eerste volledige dag op Skye is ons zeer goed
bevallen. We voelen ons weer helemaal thuis.