Het zonnetje heeft weer de hele nacht geschenen; prachtig
weer om de huishouding even te doen. Maar niet te lang, want we willen weer
op pad.
Na 40 km. arriveren we in Melbu waar we de ferry nemen naar
Fiskebøl. Vanuit de verte kunnen we de Lofoten al zien liggen.
Een ondiepe zee en een bodem van zand geven de kust soms een
tropisch aanzien. Op alle eilandjes hier komen we regelmatig witte zandstranden
tegen.
Binnen een half uur varen we de haven van Fiskebøl binnen
en de eerste kilometers leggen we in een grote stoet af, voornamelijk bestaand
uit kampers en auto's met caravans.
Het valt ons al dagen op dat er ontzettend veel kampers rijden.
De Scandinavische landen zijn er ook ideaal voor door het zogenaamde allemansrecht.
In principe mag men overal vrij kamperen. Toch moeten we er zelf niet aan
denken, over al die smalle bergweggetjes met zo'n dikke wagen.
Het landschap op de Lofoten is ruiger dan op de Vesterålen
en alleen langs de kust zijn er rechte stukken weg. We zijn nog vroeg, dus
we rijden eerst naar Svolvær, de hoofdstad van Austvagøya en
de grootste plaats op de Lofoten met 4100 inwoners. Langs de haven zoeken
we een leuk terrasje op en genieten van de zon en de gezellige drukte.
De eilanden Moskenesøya, Flakstadøya, Vestvågøya,
Gimsøya, Austvågøya en Henningsvær zijn met elkaar
verbonden door indrukwekkende bruggen en een paar tunnels. Visvangst en
de erbij horende visindustrie is de belangrijkste bron van inkomsten voor
de bewoners van deze archipel. Op de voorgrond rekken met stokvis.
Er zijn meerdere plaatsjes op de eilanden, meestal langs de
kust, maar hier en daar staat een verdwaald huis eenzaam in de wildernis.
Woorden schieten te kort om dit fantastische landschap te beschrijven.
We rijden langzaam richting het zuiden en nemen bijna iedere
weg die we op de kaart zien. Kleine kustwegen, vaak onverhard, die door
prachtige streken voeren. Het kost echter veel meer tijd dan we hadden gedacht
en we zijn blij dat we hier morgen nog de hele dag zijn.
In plaats van rendieren worden we ditmaal opgeschrikt door
een loslopend paard en een kalf op de weg, net wanneer we uit een donkere
tunnel komen.
Na een mooie en indrukwekkende rit rijden we terug naar het
noorden om onze kamping op te zoeken bij Laukvik, op het noordelijkste eiland
van de Lofoten, Austvågøya.
En op de kamping bereiden we ons voor op de tocht van morgen. Iedere avond
bekijken we de route voor de dag erop en lezen over de gebieden waar we
doorheen zullen komen. Op de kaart wordt aangekruist wat we willen zien
en welke omweggetjes we eventueel willen nemen. Het zou jammer zijn om iets
te missen wanneer je steeds maar zo kort in een gebied bent.
Uit eten zijn we in Noorwegen nog niet geweest. De belangrijkste reden daarvoor
zijn toch wel de hoge prijzen. Maar op een boterham en een lekker biertje
kan Teije ook wel leven.
Tot vrij laat kunnen we buiten zitten om de omgeving te bewonderen.
Nederland zou er toch ook een stuk beter uitzien wanneer ze er een paar
bergen neerzetten, zo vinden wij.