Deze ochtend is het frisjes wanneer we op weg gaan. Halverwege
de weg naar Inari komen we langs Karhunpesäkivi (vraag ons niet hoe
je dat uitspreekt, we weten het echt niet. Volgens een kenner is het: 'kar-hoen-pè-sè-kie-wie'),
Berensteen in het Nederlands. Na een klim van een paar honderd meter komen
we bij een groot rotsblok. De buslading toeristen laten we maar even voorgaan.
In het rotsblok is een grote holte waar vroeger offerceremoniën
werden gehouden. Binnenin het hol is ruimte voor meerdere mensen. Uiteraard
moeten we er even naar binnen, maar wel wanneer de grote groep weer weg
is.
Omdat we nog redelijk vroeg zijn, gaan we niet rechtstreeks
naar Karasjok in Noorwegen, maar vervolgen eerst de E75 tot aan Utsjoki
in Noord-Finland. Hier en daar komen we nog wat Samen-nederzettingen tegen.
Ook staan er af en toe nog wat toeristen-Samen langs de weg,
maar veel bezoekers trekken ze niet. De meeste toeristen zijn allang richting
Noorwegen afgeslagen en er rijdt vrijwel niemand over deze weg die door
een steeds onherbergzamer gebied loopt. Langzamerhand verschijnen er ook
steeds meer heuvels en zelfs echte bergen in ons blikveld.
Hoezeer we ook van bossen houden, bossen in kombinatie met
heuvels, bergen en stroompjes zoals hiernaast, spreken ons nog meer aan.
Finland heeft zeker z'n bekoring hoewel de mentaliteit van de bevolking
(tenminste, degenen die wij getroffen hebben) wat tegenviel. Toch hebben
we ons hier zeker vermaakt.
Maar een paar weken na onze thuiskomst krijgen we het volgende
mailtje van Bart Braafhart die al enkele jaren in Finland woont: Korte verwoording
van mijn indruk na het lezen van jullie reisverslag: jullie zijn in het
verkeerde deel van Finland geweest............... De oostkant is volgens
hem veel mooier! We zullen dat zeker in onze gedachten houden wanneer we
weer deze kant opgaan. Bart woont in Salla, in Oost-Finland, de plaats waar
de bar met de langste naam ter wereld staat: ÄTERITSIPUTERITSIPUOLILAUTATSI
BAARI, uitgesproken als è-te-rit-sie-poe-te-rit-sie-poe-o-lie-lau-tat-sie-
baarie.
Het weer is nogal veranderlijk vandaag. Soms plenst het, dan
weer schijnt de zon; het wisselt elkaar snel af, maar in de verte boven
Noorwegen zien we weer mooie blauwe luchten verschijnen.
Bij Utsjoki steken we een brug over de Tana over en daarmee ook de grens
naar Noorwegen, het laatste land van onze Scandinavië-reis waar we
ook het langst zullen blijven. Op naar de Noordkaap.
Maandag 24 juni, Ivalo (Finland) - Noordkaap
Bij Utsjoki in Noord-Finland rijden we dan eindelijk de grens
met Noorwegen over, terwijl steeds meer regen uit de lucht valt. De weg
is bochtig en verlaten, maar we genieten van het eindelijk veranderde natuurschoon:
heuvels, bergen met sneeuw en een kronkelige weg. Naarmate we Karasjok naderen
wordt de lucht steeds helderder en af en toe breekt zelfs de zon door. We
hebben het gevoel dat we nu het mooiste Scandinavische land betreden, al
is het alleen maar om de bergen.
Halverwege de weg naar Karasjok stoppen we op een parkeerplek
om te picknicken en hoe mooi Finland ook was, dit is nog mooier. In Karasjok
gaan we even langs het parlementsgebouw van de Samen, vlakbij het openluchtmuseum
over de Berg- en Rivier-Samen. Maar al snel haasten we ons verder, nog verder
naar het noorden.
Bij Kolvik nemen we nog een klein weggetje naar Trollholmsund
waar grillige rotsformaties versteende trollen moeten voorstellen. Een prachtig
wandelgebied, maar daar hebben we te weinig tijd voor. Nog verder naar het
noorden gaan we door de eerste toltunnel (bijna € 26) onder de zee
door naar het eiland Magerøya. De één na de andere
tunnel rijden we door en de één is nog slechter dan de andere.
Eentje is zelfs nog niet af en onverlicht, de rotspunten hangen nog over
de weg, doodeng.
Dit eiland is één van de zomerverblijven van rendierkuddes
en de eerste kudde die we zien bestaat uit bijna 100 dieren. We besluiten
om voortaan niet meer voor elk rendier te stoppen om een foto te nemen.
Ook zien we onze eerste grote watervallen op deze reis en hierbij gaat het
net als met de rendieren. Na een stuk of honderd gezien te hebben zullen
we ze vast niet allemaal meer fotograferen.
De weg die langs de oostkust van het eiland loopt, is of heel
erg smal, of heel erg slecht. De bus op de foto gaat iets te hard door een
kuil en verliest de gehele voorbumper. Het gevolg is een file van 30 minuten.
Maar zo slecht als de weg is, zo mooi is de natuur. Hoe noordelijker
we komen, des te meer gaat het landschap overeenkomsten vertonen met de
Hooglanden van Schotland. Daar zochten we al naar goede woorden om het landschap
te beschrijven, maar nu weten we het pas echt: dit is een toendra-landschap.
Van zeenivo stijgen we tot flinke hoogten om vervolgens weer
af te dalen naar de kust. Soms schijnt de zon overweldigend, dan weer bevinden
we ons in dichte mist. Een verraderlijk eiland.
In het dorpje Honningsvåg lopen we even door het centrum
en langs de haven en eten een broodje worst (€ 8 per stuk). Aangezien
de zon nu nog regelmatig schijnt en de weersberichten slecht zijn, besluiten
we direkt door te rijden naar de Noordkaap. We zien dan wel of we vannacht
alsnog een keer gaan.
De weg van Honningsvåg naar de Noordkaap is spektakulair
en al rijdend nemen we heel wat foto's (stopplekken zijn er niet). En we
blijven maar denken aan de Hooglanden van Schotland, waar dit landschap
toch wel heel erg op lijkt.
Onderweg komen we fantastische landschappen tegen, maar uiteindelijk
belanden we toch bij het Noordkaap-komplex. Eén of andere idioot
heeft er een mega-miljoenen gebouw neergezet en we moeten bijna € 60
betalen om er te komen.
We wisten van vele anderen al dat er weinig te zien was.
Alles is inbegrepen, zei het meisje bij de kassa nog, maar de koffie voor
enkele euro's is dat blijkbaar niet. Je mag gratis rondlopen en er is een
tentoonstelling en een film die je gratis mag bezoeken. O ja, ook de toiletten
zijn gratis.
We gingen naar de Noordkaap omdat je daar natuurlijk ook moet
zijn geweest wanneer je toch in de buurt bent. De natuur op het eiland vinden
we boeiender dan het Noordkaapkomplex zelf en de omgeving daar. En het echte
noordelijkste plekje van Europa ligt nog noordelijker, maar is alleen na
een lange wandeling (18 km.) te bereiken.
Op het uiterste noorden (tenminste per weg) van Europa kunnen
we uitkijken over de zee, een troosteloos en uitzichtsloos gezicht. En het
is er erg fris in de wind.
Maar we zijn op de Noordkaap geweest zoals onze foto's bewijzen.
Maar nog een dag hier rondbrengen, nee, dat zien we niet zitten met een
temperatuur van rond de 10 graden.
Tegen 9 uur vertrekken we weer en aangezien het toegangsbewijs
voor 2 dagen geldig is, hopen we dat onze nederlandse 'buren' nog niet op
weg zijn naar de Noordkaap. Dan kunnen we hun het toegangsbewijs geven en
het bedrag delen.
En ze zijn er nog, ze gaan pas tegen middernacht naar de Noordkaap.
Terwijl de wind buiten hevig tekeer gaat en het licht blijft, besluiten
wij om morgen al naar het zuiden richting Alta te vertrekken omdat we het
idee hebben dat daar meer interessante dingen te zien zijn dan hier. Later
horen we dat de truc met de toegangskaart inderdaad gelukt is. Scheelt toch
bijna € 30,-.