We worden (goed uitgerust) wakker met wild achter onze hut:
een wilde eekhoorn die rustig z'n gang gaat. Maar wanneer we te dichtbij
komen schiet hij weg.
Al snel hebben we onze spullen gepakt en zijn we op weg naar
het noorden. Eerst gaan we naar Heinola, een niet al te groot dorp waar
een gezellige markt is. Op het marktplein nemen we een kop koffie, kopen
wat fruit, en gaan dan op zoek naar de watertoren. Deze zou een goed uitzicht
bieden over het dorp en de omgeving. Wanneer we eindelijk de toren vinden,
blijkt dat we entree moeten betalen omdat er een orchideeën-kwekerij
in gevestigd is. Omdat ook de bomen rondom de toren wel erg hoog lijken
en we niet veel uitzicht verwachten, gaan we er maar niet in.
Vanaf Heinola rijden we een stukje terug om dan dan allemaal
binnenweggetjes te nemen door een, volgens de kaart, meerrijk gebied. We
krijgen er echter weinig van te zien. Vooral bos, bos en nog eens bos, waarvan
het opvalt dat de stammen zo kaal zijn. Zure regen? Een gevolg van de ramp
bij Tsjernobyl? Het ziet er in ieder geval niet gezond uit. Maar Bart Braafhart
die al jaren in Finland woont mailde ons later het volgende: De kale stammen
zijn doorgaans gelukkig geen gevolg van zure regen (veel Nederlanders denken
dat als een boom kaal of dood is, dat een gevolg is van zure regen....).
Waardoor zijn de stammen dan wel kaal? Nou, simpel, er komt onder de bomen
minder licht. Dode bomen zijn vaak het gevolg van normale, natuurlijke 'ouderdomssterfte'
(in de oerbossen). Bomen hebben nl. ook een eindig leven (soms enkele honderden
jaren, maar toch).
We rijden en rijden om een leuk picknick-plekje te zoeken, maar
overal waar we bij het water kunnen komen, zien we huizen en rijden er auto's.
Na tientallen kilometers over zandpaden vinden we uiteindelijk een leuk
plekje langs een meer, maar ook daar rijden auto's om de paar minuten langs.
Gelukkig houden wij wel van bos, anders is dit land onverdraaglijk.
Maar het blijft apart dat in zo'n groot land met zo weinig inwoners toch
overal bewoning is. Wij hebben een fantastische rit door de bossen en af
en toe zien we een heus dorp. Maar ondanks alle meren in de buurt, zien
we daar erg weinig van.
Het is nog goed warm wanneer we in Jyväskylä aankomen
waar we op een kamping aan een meer zitten. Tot 12u00 's nachts zien we
mensen het water induiken. Ook onze Nederlandse buren zijn er weer. We maken
een kort praatje en vernemen dat ze uit Purmerend komen. Grappig hoe je
elkaar zo beetje bij beetje een heel klein beetje leert kennen.
Donker wordt het niet echt meer 's nachts en we barrikaderen
de ramen met dekbedden en handdoeken. Toch gaan we ongemerkt laat naar bed,
juist omdat het nog zo licht is.