Het weer is omgeslagen en het regent pijpenstelen. Maar we
hebben de hoop dat het opklaart wanneer we dit bergmassief passeren. We
zitten nu aan de westkant van een groot gletsjerveld, het grootste op het
Europese vasteland. De Jostedalsbre neemt met 24 gletsjertongen de meeste
ruimte in: 475 km².
Veel huizen in dit gebied en noordelijker hebben gras op het
dak groeien. Een uitstekende warmte-isolatie, maar de dakbedekking moet
ook wel erg goed zijn om het vocht buiten te houden.
In de stromende regen rijden we bijna op een kudde geiten
in die ineens de weg opspringen. Gelukkig rijden we niet zo hard en zijn
we al wat gewend na de vele rendieren.
We passeren heel wat lange tunnels en plotseling zien we onze
eerste gletsjer direkt na het verlaten van een tunnel. En we zijn niet de
enige Nederlanders die stoppen voor een foto.
Wanneer we aan de oostkant van het bergmassief komen, wordt
het weer inderdaad ineens stukken beter. Iets voorbij Sogndal bezoeken we
nog een staafkerk, die van Kaupanger, en vervolgens rijden we een stukje
terug en gaan naar het noorden. Het is ondertussen droog en warm genoeg
om buiten te kunnen picknicken, wat toch wel een vaste gewoonte van ons
is geworden.
Vanuit Gaupne rijden we dan de smalle en slechte weg door Jostedalen
in. Na het laatste stukje tolweg komen we tot vlakbij een gletsjertong van
de Jostedalsbre. Om tot aan de gletsjer te komen kun je met een bootje het
meer overvaren.
En verder is het vandaag watervallen-dag. Tientallen zien we
in deze streek en het zijn geen kleintjes. Terug op weg 55 gaan we verder
naar het noorden omdat we ook nog het staafkerkje in Urnes willen zien.
We rijden langs de westkant van de Lustrafjord en zien al gauw
de 218 meter hoge Feigumfoss naar beneden vallen. Het is de op één
na hoogste waterval in Noorwegen. Wanneer we om de hele fjord zijn heengereden
en onder de waterval doorrijden, proberen we het wandelpad naar een uitzichtspunt
te lopen, maar het zandpad is door de vele regen in één groot
modderbad veranderd en we krijgen de waterval niet van dichtbij te zien.
We rijden helemaal om de Lustrafjord heen langs een smalle
weg naar Urnes. We hopen dat we op de terugweg een pont kunnen nemen, dat
kan een hoop tijd schelen.
De ongenummerde weg naar Urnes wordt nog steeds smaller en
smaller, net als een single track road in Schotland. Wanneer we de auto
in Urnes parkeren blijkt dat we nog een heel eind naar de staafkerk moeten
lopen, en nog wel vrij steil omhoog ook. We hebben al heel wat afgelopen,
maar nu gaan we echt zwabberend het laatste stuk omhoog.
Maar de staafkerk maakt alle inspanning weer goed. Het is
het oudst bewaard gebleven exemplaar en delen ervan zijn zelfs nog ouder,
van een eerdere kerk.
Wanneer we weer beneden komen, blijkt dat de pont naar de
overkant van de Lustrafjord zo vertrekt. Achteruit moeten we het kleine
pontje oprijden en binnen 20 minuten staan we weer aan de andere kant. Halverwege
de tocht begint het weer behoorlijk te regenen en dat houdt aan tot we bij
de volgende pont (ditmaal een grote en luxe) voorbij Sogndal staan. Hier
moeten we de Sognefjord, de langste fjord van Noorwegen, oversteken.
Op het laatste gedeelte naar Øvre Årdal klimmen
we weer behoorlijk en verdwalen nog even. Plotseling rijden we een tunnel
in en zien helemaal niets meer. Geen licht, geen strepen, alleen een rotswand
recht voor ons. Het blijkt maar een kort tunneltje te zijn, onverlicht,
gevormd als de letter U, met scherpe bochten. Dat is toch even schrikken.
Al gauw daarna vinden we de kamping en het is vandaag toch echt te fris
om lang buiten te zitten. En wij maar denken dat het warmer zou worden wanneer
we verder naar het zuiden gaan...