Flink op tijd vertrekken we naar Svolvær om de boot
naar Skutvik te halen. We zijn er iets over negenen en er vaart net een
boot weg. Onze buren hebben zelfs nog meer pech, zij waren iets eerder en
mochten net niet meer op de boot. Maar om 10 uur gaat de volgende al. Reserveren
wordt aangeraden maar toen we aankwamen op zaterdagmiddag was het bureau
al gesloten.
Het lijkt erop dat we net op tijd het slechte weer zijn ontvlucht.
Van de vorige oversteek hebben we al geleerd dat het verstandig is ook een
jas mee te nemen. Hier rechts Lies met onze 'buren', zoals we ze maar blijven
noemen.
In Skutvik aangekomen, rijdt de hele stoet auto's en kampers
achter elkaar tot aan Ulsvåg aan de E6. De weg is smal en kronkelig,
dus rijden we 36 kilometer lang rustig achter elkaar.
Ook vandaag rijden we weer door een schitterend landschap
en we picknicken bij Tømmerneset, aan het begin van de Sagfjord.
Hier vlakbij zien we ook een prehistorische rotstekening van een eland.
De reisgids noemt de tekening indrukwekkend; wij vinden het wat tegenvallen
wanneer we hem eindelijk hebben ontdekt.
We arriveren al vroeg bij Fauske en rijden verder richting
Bødø, naar de Saltstraum. Hier is een nauwe opening tussen
de zee en de fjord (150 meter breed, 3 kilometer lang) waardoor iedere 6
uur (bij eb en vloed) 400 miljoen kubieke meter water stroomt zodat draaikolken
ontstaan.
Het wordt net vloed wanneer wij gaan kijken en het water stroomt
inderdaad zeer snel. Vissen worden gevangen in de stroming en jochies halen
ze bij bosjes uit het water. Een eend met kuikentjes wordt binnen enkele
seconden meegezogen naar het midden van de stroom. We weten niet of ze het
overleefd hebben.
Onze kamping ligt iets voorbij Fauske, direkt langs de E6. Gelukkig
is de weg niet zo druk. Wel is de temperatuur een stuk lager dan de afgelopen
dagen en we moeten met een trui aan buiten zitten.