De laatste ochtend en onze pech in dit hotel is nog niet helemaal
voorbij, tenminste voor Lies. In plaats van de door Lies bestelde fried
eggs bij het ontbijt krijgt ze scrambled eggs. Eieren zijn eieren, zul je
zeggen, maar scrambled eggs is mijn favoriete ontbijt en van Lies absoluut
niet. We zijn de enige hotelgasten maar het personeel is zo druk bezig met
van alles en nog wat, dat we ze hiermee maar niet lastig willen vallen.
Eerst rijden we door Glenballyemon en de Glenariff Valley, twee
prachtige valleien met alweer overal watervallen die van de steile heuvels
het dal in storten. In deze buurt zijn sporen van bewoning uit het stenen
tijdperk gevonden en het is een goede lokatie: beschut door de bergen, vruchtbaar
gebied en vlakbij de zee.
Vanaf de kustroute zijn er meerdere valleien die het binnenland
inlopen en we rijden ze allemaal af. We hebben de hele dag nog de tijd voor
we bij het vliegveld moeten zijn.
Het is ons opgevallen dat de wegen in Noord-Ierland beter
zijn dan in de republiek Ierland, maar soms wel erg smal. Hoe meer we richting
zuiden rijden (in Noord-Ierland), des te beter worden de wegen.
Vanaf Carnlough tot aan Larne loopt de weg vlak langs de zee
die hoog opspat tegen de vrij lage zeewering. Hoe zouden ze al die betonblokken
toch hebben aangelegd?
Bij Larne gaan we op zoek naar de waterval bij Glenoe, maar
vinden doen we hem niet. Op een picknickplek smeren we alvast de broodjes
voor de terugreis. Tot nu toe was het vandaag redelijk droog, af en toe
een beetje mottig, maar het begint langzamerhand echt te regenen. Maar het
is niet koud met ruim 10°.
In Carrickfergus hebben we dan onze laatste publunch. We wandelen
wat door het stadje, maar het weer wordt nu echt onaangenaam. We besluiten
nog wat mooie routes te rijden door de binnenlanden maar erg veel valt er
niet meer te zien in de harde regen. Toch nog even echt Iers weer!
Nog even samen op de foto en dan rijden we richting vliegveld.
Uiteraard verdwalen we nog een aantal keren door de slechte wegbewijzering,
maar we hebben alle tijd.
Bij het vliegveld rijden we 3x rond op zoek naar een benzinestation,
maar de enige die er is doet niets. Er is ook niemand op het kantoortje
en mensen in de buurt weten me te vertellen dat de pompbediende zijn teatime
heeft. Geen idee wanneer hij terugkomt. Dus rijden we zo'n 10 kilometer
terug naar het vorige dorpje en vervolgens weer naar het vliegveld. Maar
in de paar minuten dat we getankt hebben, heeft het leger de weg afgezet
en worden we aangehouden door militairen met mitrailleurs in de aanslag,
gericht op de autobanden. Tot nu toe hebben we eigenlijk niets gemerkt van
de aanwezigheid van het Engelse leger, maar dankzij de spoorloze pompbediende
maken we dit nog even mee. Wij mogen direkt doorrijden, maar niet iedereen
is zo gelukkig.
Op het vliegveld zijn we nog even zoet met het invullen van
papieren voor de huurauto (we hebben onze schade aan de wieldop netjes gemeld,
maar dat kost ons nu een half uur aan formaliteiten (en uiteindelijk €
46 op onze creditcard)) en voor we het weten zitten we alweer in de lucht,
weg van dit mooie en werkelijk groene eiland. Uiteindelijk zijn we pas na
twaalven 's nachts thuis, maar met ons gevoel zitten we nog steeds een beetje
in Ierland. Een prachtig land, zucht...