Bij het ontbijt maken we een kleine vergissing en vergeten
te zeggen dat we geen 'full breakfast' willen en al snel hebben we 2 borden
voor ons, vol met spek, worstjes, bonen, ei en nog wat ondefinieerbare etenswaren.
Iets te machtig voor ons en in het vervolg zullen we weer netjes vragen
om scrambled eggs met toast voor mij en fried eggs voor Lies (waarschijnlijk
heb je het al door, we vertellen het verhaal nu om en om, ieder een dag).
We hebben een route uitgestippeld naar de westkust, maar ook
het binnenland is prettig om door te rijden met de vele meertjes. Het is
droog maar bewolkt en af en toe geeft dat fraaie uitzichten zoals hiernaast
bij Brackley Lough. Lough is hetzelfde als Loch voor de Schotten.
Zoals gewoonlijk nemen we zoveel mogelijk kleine weggetjes om
meer van het land te zien dan wanneer je de doorgaande wegen gebruikt. De
wegen zijn slecht, hoewel er veel aan gewerkt wordt. De EU is een grote
sponsor zoals blijkt uit de borden.
Watervallen blijven een aantrekkingskracht op ons uitoefenen.
Ondanks alle imposante watervallen die we afgelopen zomer in Noorwegen hebben
gezien, moeten we even kijken wanneer we een bordje langs de weg tegenkomen
met 'waterfall'. Dit zijn de Tullydermot Falls.
We hebben al snel de indruk dat Ierland veel weg heeft van
Schotland, maar dan iets minder ruig. Ook is er veel meer bebouwing. Het
schijnt dat Ierland tot de komst van de Vikingen vrijwel geen dorpen of
woonkernen kende, en nog steeds kom je overal eenzame huisjes tegen, al
dan niet bewoond.
In Carrick-on-Shannon pauzeren we in een pub en soep wordt
onze gebruikelijke lunch in deze vakantie. Wanneer we verder gaan moeten
we wel 3x het stadje Boyle door omdat de bewegwijzering meer dan belabberd
is. Wegnummers worden ineens niet meer genoemd of veranderen zomaar. Wanneer
ik met de kaart op een driesprong sta, stopt er binnen een minuut een Ier
die me heel vriendelijk weer op weg helpt.
Het klooster van Boyle is een ruïne waarvan er vele in
Ierland staan. Ook huizen die niet meer bewoond worden en tot ruïne
zijn vervallen, worden vaak niet gesloopt maar blijven staan. Een nieuw
huis wordt er gewoon naast gezet.
De bewoonde huizen zijn goed onderhouden en vaak erg kleurvol.
Onderweg naar Westport zien we ook onze eerste Ierse palmbomen. Jammer genoeg
voor Lies is het niet het seizoen om palmzaadjes te verzamelen. Het geeft
wel aan hoe mild het klimaat hier is, dankzij de warme Golfstroom die bij
Ierland Europa binnenkomt.
Ook onderweg, rijdend door de bossen, valt op hoe groen het
in Ierland is. Van herfstkleuren is ook wel sprake, maar het groen is echt
groen, zoals wij dat alleen in het voorjaar en in de zomer hebben. Het geeft
ons het gevoel alsof het helemaal geen winter is.
Tegen 4 uur begint het al te schemeren en omdat we in het donker
toch niets van het land kunnen zien, besluiten we in Westport een hotel
te zoeken. Westport is een kleurig, historisch aandoend stadje en zoals
alle dorpen en stadjes in Ierland al helemaal opgemaakt voor de kerst.
Er staan meerdere hotels, maar prijzen worden niet vermeld
aan de buitenkant. Daarom informeren we in een pub naar een redelijk geprijsd
hotel. Een goede zet, want zo komen we in een comfortabel maar ook goedkoop
hotel, de Westport Inn.
Na een lange dag is Lies erg blij met een bed, zoals je kunt
zien. Waarom geen Bed & Breakfast, vraag je je af? Wel, we hebben ondervonden
dat je in B&B's meestal niet mag roken en aangezien we allebei deze
dwaze verslaving hebben, moeten we vaak wel in hotels.
We staan niet vaak samen op de foto, maar de enkele keer dat
dat wel lukt (zoals hier voor de spiegel) is dat voor ons wel een leuke
herinnering. Zoals je ziet, genieten we alweer volop van deze vakantie.