Deze laatste dag in de noordelijke Hooglanden willen we per
sé een route rijden naar de westkust die altijd mooi is en toch ook
naar een gebied waar we nog niet geweest zijn. We rijden daarom naar Coigach,
ten noordwesten van Beauly. De dag begint somber, een beetje miezerig.
De lucht ziet er dreigend uit, maar hoe verder we naar
het westen rijden des te vaker zien we stukken blauw in de hemel verschijnen.
Hiernaast aan beide kanten Loch Glascarnoch, waar we al eerder zijn langsgereden.
De Tom Ban Mor (742 meter hoog) begint al aardig in het zonnetje
te liggen en na de dag van gisteren zijn wij weer helemaal blij met Schotland
en haar landschap. Jammer alleen dat ook de piloten van een of andere vliegbasis
daar zo over denken, want die komen regelmatig en heel erg laag overvliegen.
Door de vele verlaten gebieden is dit een uitstekend oefenterrein voor de
Nato en oefenvluchten, maar het verstoort de rust behoorlijk wanneer ze
laag door de dalen vliegen.
Al snel zien we Ullapool in het zonlicht glinsteren.
Lies heeft haar zonnebril al weer overenthousiast bij de hand.
Voorbij Ullapool draait de weg naar het noorden en zien we
links het Coigach-gebied, met bergen tot bijna 900 meter hoog, veel baaien
en inhammen en veel kleine riviertjes en lochjes. Een wonderschoon gebied
met maar weinig wegen. Hiernaast ons eerste zicht op Loch Asynth met de
ruïne van Castle Ardveck in de verte.
De overblijfselen van het Ardveck Castle staan eenzaam
in dit rustige meer in dit rustige gebied. Het kasteel dateert uit 1597
en is gratis te bezoeken. Je kunt er ook trouwen.
Vlakbij Ardveck kun je de weg naar het noorden vervolgen,
maar dat hebben we vorig jaar al eens gedaan. Dit maal gaan we rechtdoor,
langs Loch Asynth het Coigach schiereiland op om dan weer naar het zuiden
af te zakken. Een rondje vol heuvels, bergen, dalen, beken, eilandjes, baaien
en inhammen. Genoeg om van te genieten.
Eerst komen we bij Lochinver, een klein dorpje waar zelfs,
onverwacht, nog een geldautomaat staat. De kust is hier grillig en de rotsen
steil en piekerig. De grote donkere wolken die af en toe overdrijven maken
het landschap tot een 'echt' Schots plaatje. We genieten steeds meer...
Het smalle pad langs de kust is spectaculair, en zeker
wanneer we op het zuidelijke gedeelte van Coigach komen met zicht op de
Summer Isles.
Op het schiereiland liggen nog aardig wat dorpjes verscholen
langs de kust en we rijden alle weggetjes af die we maar kunnen vinden.
De onvermijdelijke schapen en koeien hebben ook hier
een goed leven, vrij als ze zijn. Hoewel veel hellingen redelijk kaal
zijn, lijken ze toch voldoende te grazen te hebben.
En zelfs een loslopende Teije, hier bij Achiltibuie, de belangrijkste
nederzetting op het schiereiland. Het is ondertussen zulk lekker weer geworden
dat een t-shirt volstaat.
Na een paar uur rondrijden en wandelen, wordt het tijd om
terug te keren. We doen dit langs de noordelijke kant, door Strath Oykel.
Eerst weer een stukje naar het noorden en vervolgens naar het oosten. Een
single track road die uitkomt bij het Oykel Bridge Hotel. Hier staat een
eenzaam hotel en een nog veel eenzamere telefooncel (maar die foto is niet
zo goed gelukt).
Op de terugweg langs de Kyle of Sutherland komen we deze toegangspoort
tot het een of ander landgoed nog tegen. Ach, zelfs stallen lijken hier
af en toe op kasteeltjes. Het weer verslechtert ondertussen en de laatste
100 kilometers over de B9176 (alweer grotendeels eenbaansweg) lijkt dan
ook erg lang. Toch is ook dit weggetje aan te raden voor de Schotland-liefhebber.
Een mooie weg door een mooi gebied, vol bossen en heuvels; prachtig landschap
dus.
Thuis (zo noemen we iedere plek waar we tijdens een vakantie
de nacht doorbrengen) kunnen we even lekker uitrusten, maar daarna moeten
we uiteraard de pub wel weer in. Het is tenslotte onze laatste avond in
The Caledonian en het wordt dan ook erg, erg laat.