De drank van de avond ervoor wordt al snel weggegeten
bij het ontbijt, maar vroeg zijn we niet. Vandaag is het de beurt voor
de noordkust ten oosten van Inverness. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen
dat we er niet veel aan vinden, een beetje een domper na de woestere streken
van Schotland. Vorig jaar hebben we een klein stukje van de oostkust gezien
en ook toen vonden we het centrale gebied en de westkust al veel aantrekkelijker.
We hebben deze dag niet veel foto's gemaakt.
Bij Cullen aan de kust moeten we wel even langs, want
daar is Cathy geboren en grootgebracht. Zo dicht mogelijk langs de kust
rijden we dan verder tot aan Gardenstown en Crovie (spreek uit als 'krivie').
Dit is wel het hoogtepunt van de dag. Beide dorpjes liggen
tegen steile kliffen aan en Crovie is zo smal dat zelfs de inwoners hun
auto's buiten het dorp moeten laten staan. Het dorpje heeft slechts 40 huizen,
maar ze schijnen niet allemaal nog bewoond te worden.
Er was ooit een pad onderaan de kliffen tussen Gardenstown
en Crovie maar die is gedeeltelijk door stormen weggeslagen. De kliffen
stijgen steil en zijn best nog wel hoog. De weggetjes naar beneden, de dorpen
in, zijn dan ook bijzonder steil.
In Fraserburgh pauzeren we even en maken een praatje met een
aardige Schotse barjuffrouw die zeer geïnteresseerd is in mode, maar
zelf 30 jaar achterloopt. Maar ze is heel aardig en daar gaat het om. Modieus
kleden komt in Schotland sowieso niet veel voor. En waarom zouden ze ook,
voor wie?
Via allerlei kleine binnenweggetjes naar het zuiden komen
we langs Fyvie Castle, een groot landhuis met 5 vreemde torenspitsen die
de 5 families symboliseren die in dit kasteel woonden van de 13e eeuw tot
aan nu.
Het weer wordt daarna ineens veel slechter en hoewel Teije
nog langs een paar prehistorische monumenten had gewild, gaan we vanaf Inverurie
toch maar rechtstreeks terug naar Inverness en Beauly. Nee, dit gedeelte
van Scotland spreekt ons niet bijzonder aan. Ten zuiden van de kust, zeg
maar Aberdeenshire, weer wel vanwege de vele kastelen en oudheden.
In de kroeg is het lekker warm in tegenstelling tot in de
auto. Al op de eerste avond hebben we ontdekt dat de verwarming van de auto
het niet doet en vooral 's avonds wordt het daardoor nogal frisjes om te
rijden. Teije komt regelmatig met totaal verkleumde handen aan na een lange
rit. Erachteraan bellen besloten we niet te doen, omdat we dan misschien
weer een halve of een hele dag kwijt zijn; dan maar een beetje kleumen.
Ook deze avond bij Iain en Cathy wordt het uiteraard weer laat, maar ook
gezellig. Iain, de knorrige beer die uiterst hartelijk is, en de lieve,
zachtaardige Cathy, 2 mensen naar ons hart. Het hotel, de Caledonian is
eenvoudig en sober, de kroeg is waarschijnlijk al tientallen jaren aan een
opknapbeurt toe, maar daar hebben ze niet zo'n zin in. Een heerlijk hotel
wanneer je met de mensen overweg kunt! Vooral vanwege hen en hun gastvrijheid
hebben we de hele week voor deze plek als uitvalsplaats gekozen.