Iain, onze hotelbaas, is me een aparte. Vorig jaar heeft hij
tegen ons behoorlijk zitten klagen over toeristen die vaker komen en dan
door hem rondgeleid willen worden, maar volgens ons maakt hij het er zelf
na. Na het ontbijt vertelt hij wat over de geschiedenis van de buurt (waar
hij hij heel veel van weet, zoals zoveel Schotten) en biedt ons aan een
uurtje rond te rijden en wat dingen te laten zien.
Wij vertellen wel geïnteresseerd te zijn in oudheden
en de geschiedenis en voor we het weten vertelt hij ons alles over de buurt
en wat er al te zien is. Het aanbod ons een uurtje rond te rijden zullen
we weten. In meer dan 2 uur tijd zien we alle historische plekken rond Beauly,
krijgen de hele geschiedenis verteld waarvan we natuurlijk 90% helaas alweer
vergeten zijn.
Eerst naar een weiland, iets ten zuiden van Beauly,
waar zo maar in een apart hoekje naast een weiland een steencirkel staat.
Geen bordjes erbij, dus vrijwel nooit zal hier iemand komen...
En vervolgens naar de tuin van een oude bekende. In de tuin
die half overwoekerd is, staat ook een steencirkel, maar slechts enkele
stenen zijn nog zichtbaar. Wij willen ook zo'n tuin! De mensen zijn niet
thuis, dus we banjeren maar een beetje rond door de hoge begroeiing.
Uiteindelijk maken we nog een hele rondrit in de jeep van
Iain. Hij laat ons alle monumenten en aandenktekens in de omgeving zien
(zoals voor die soldaat die niet wilde vechten, maar moest van z'n vrouw
en stierf in een slag in de Jacobitische oorlogen) en zo rijden we de hele
omgeving rond.
Uiteindelijk komen we bij een heuvel met een steile opgang
waar vroeger ooit een fort lag. Nu liggen bovenop de laatste resten van
een (nogal heerszuchtige) clan uit de buurt begraven, de Lovats.
Terug in het hotel kijken we op de kaart. We hebben gepland
vandaag naar het hoge noorden te gaan, maar hebben we daar nog de tijd voor?
We besluiten van wel, maar korten de route wat in. Via Dingwall langs Evanton,
waar een merkwaardig bouwwerk op een heuvel staat, het Fyrish monument.
Gemaakt door Sir Hector Munrob aan het einde van de 18e eeuw om de omgeving
werk te verschaffen en om zijn inname van een Indiase stad te herdenken.
Het bouwwerk lijkt ook op een Indiase poort, maar is van afstand moeilijk
goed te zien.
In de buurt van Golspie rijden we even langs Dunrobin Castle,
maar we vinden dat we genoeg kastelen van binnen hebben gezien, dus we nemen
genoegen met een plaatje van de buitenkant.
Bij Helmsdale slaan we van de A9 af naar de Strath of
Kildonan, de A897 op. Kleine kronkelende weggetjes waar je zelden tegemoet
komend verkeer tegenkomt. De lucht wordt steeds donkerder en op het laatst
rijden we in een dichte mist.
Het land wordt dan werkelijk verlaten en eenzaam. Het is nog
een behoorlijk lange rit naar de noordkust en we genieten van de somberheid
van het landschap. Het wordt steeds vlakker en ook de weg loopt ineens eindeloos
recht. Verkeer is er al helemaal niet meer.
Vlak voor de kust wordt de weg weer breder en buigt af naar
Thurso in het oosten en Tongue in het westen. Wij rijden via Thurso, waar
we het kasteeltje hiernaast passeren, naar Dunnethead.
Dit is de noordelijkste punt van het Britse vasteland. Eerlijk
gezegd vinden we het er maar saai en niet de moeite waard om nog eens heen
te gaan. Hetzelfde geldt voor John O'Groats dat op de oostelijke punt ligt.
Een winderig plein waaromheen wat gebouwen staan. Niet de moeite waard om
een foto te nemen!
Het begint ondertussen donker te worden en via de A9 rijden
we terug naar Beauly. Het is te laat om bezienswaardigheden als het kasteel
bij Wick en de Hill o'Many Stones te bekijken dus rijden we in 1 stuk terug.
Een heel eind nog en een deel van Schotland waar we niet zo snel weer terug
heen hoeven, behalve om de laatstgenoemde bezienswaardigheden nog eens te
bekijken.