We worden wakker met een prachtig zonnetje dat door de gordijnen
schijnt. Vandaan trekken we naar het noorden, over het Troödes-gebergte,
door de noordelijke vlakten, naar Nicosia. En vervolgens via de oostkant
weer terug.
Wanneer je vanaf het Troödes-gebergte afdaalt, kom je
terecht op de hoogvlakten met uitzicht op het Kyrenia-gebergte. Deze bergketen
loopt 90 km. door over het noordelijke (turkse) deel van het eiland en gaan
tot 1000 meter hoog.
Het Turkse gedeelte is alleen te bezoeken wanneer je rechtstreeks
aankomt in dit deel, of via Nicosia met een dagvisum. Wij zijn er te kort
om dit te doen en beperken ons bezoek met het bekijken van een VN-grenspost.
De sfeer is grimmig ook al ligt het land er verder verlaten bij en zijn
er geen dorpen in de nabije omgeving te ontdekken. De grenspost op de foto
rechts ligt in de buurt van het dorpje Deneia.
Nicosia is sinds de 10e eeuw de hoofdstad van Cyprus en telt
ongeveer 175.000 inwoners. De stad is, net als Berlijn vroeger, verdeeld
door een muur, de Green Line die wordt bewaakt door een VN-vredesmacht.
Op een bepaald moment stappen we per ongeluk een straatje in waar een ketting
over de grond ligt. Al snel hebben we een VN-militair met wapen in de aanslag
voor ons staan die ons vriendelijk, maar zeer dwingend, terugbrengt naar
het griekse deel. Weten wij veel! Moeten ze die ketting maar duidelijker
aanbrengen.
Terwijl we onder de muur, die het Griekse deel van Nicosia
van het Turkse gedeelte scheidt, langs lopen worden we kontinu aangeroepen
door Turkse Cyprioten die op de muur staan. Wat ze willen, kunnen we niet
verstaan, maar het voelt wel onplezierig.
Na een lange wandeling door het Griekse gedeelte, rusten
we wat uit in een van de vele parken die Nicosia rijk is. Voor wie van
musea houdt, is Nicosia zeker de moeite waard om te bezoeken. Maar ook
alleen het ronddwalen door de oude stad met zijn smalle straatjes is al
een belevenis op zich.
In 1934 werd ontdekt dat in Khirokitia de restanten van een
neolithisch dorp liggen. Dit dorp dateert uit minstens 6.800 jaar v.C. Door
de ligging was het gemakkelijk te verdedigen en de grond was en is er vruchtbaar.
Het grote aantal landbouwwerktuigen die er gevonden werden, duiden erop
dat het waarschijnlijk een permanente nederzetting van boeren was, al jaagde
men ook op wild.
Op deze foto is een reconstructie te zien van de huizen die
men toendertijd bouwde: ronde gebouwen van leem.
De onderkant van de huizen werd opgebouwd uit keien
uit de rivier en daar bovenop werden stenen van leem geplaatst. Wanneer
een huis instortte, werd het nieuwe huis er gewoon bovenop gebouwd.
Overledenen werden begraven in de bodem van de huizen zelf.
Tegen de heuvel op kan men de fundamenten van een groot deel
van het dorp zien en hoe dit gelaagd tegen de helling op gebouwd was in
een soort bijenkorf-vorm. Het ziet er wat verwarrend uit want er zijn uit
verschillende periodes 5 lagen van fundamenten blootgelegd.
Tegen 7 uur 's avonds rijden we weer terug naar Platres.
De lucht begint flink te betrekken, maar de temperatuur is nog heel aangenaam.
Prettig genoeg om bij Alassa (tussen Limassol en Platres in het Troödes-gebergte)
nog even te picknicken in de buitenlucht.
Maar de weersberichten voor de dagen erna zijn heel wat minder
goed: de temperatuur gaan flink dalen, misschien wel tot het vriespunt.
Veel kans op regen terwijl we net weer een beetje gewend zijn aan veel zon
en het lopen in T-shirt. Maar goed, we zijn hier niet alleen voor het klimaat,
maar vooral om het land te zien dus besluiten we er hoe dan ook van te genieten...