Barr is een plaatsje dat nogal van de doorgaande routes afligt,
maar het is zeker de moeite waard om te bezoeken en zeker om er in de buurt
te gaan wandelen. Vanuit het hotel kijken we uit op een kabbelend beekje
en we hebben zin om er weer op uit te trekken.
Helaas hebben we deze dag en de komende dagen nauwelijks
foto's gemaakt, maar we maken prachtige ritten. Na onze ervaringen in de
Hooglanden hadden we niet verwacht dat andere delen van Schotland ook zo
mooi konden zijn, maar dit gebied was het wel. Licht heuvelachtig en veel,
heel veel bos. Dwars door het Galloway Forest Park rijden we via Newton
Stewart naar Wigtown, het boekendorp van Schotland. Wij zijn allebei dol
op boeken en de boekenwinkeltjes die er zoal in de hoofdstraat waren, kunnen
we dan ook nauwelijks overslaan.
Doordat we wel doorkrijgen dat we tijd tekort komen, gaan we het binnenland
weer in en de zuidkust even te vergeten. Via Glenluce komen we op het Galloway
schiereiland (Rhinns) aan en gaan daar naar de kust.
Bij Portpatrick gaan we even het strand op en het dorpje
(de haven eigenlijk) zelf is alleraardigst. Maar ook het ruige landschap
rond dit plaatsje is heerlijk om doorheen te rijden, en zo gaan we weer
op weg naar Stranraer.
Langs de kust rijden we terug naar het noorden, richting Girvan.
De haven is een leuke plek om te zien en je hebt een prachtig uitzicht op
Ailsa Graig, een vulkaaneiland dat een aantal kilometers uit de kust opspringt
uit de zee. Uiteindelijk rijden we weer een eind terug om langs een nieuwe
route en nieuwe landschappen in Barr aan te komen.
's Avonds in de bar van het hotel hebben we een aantal leuke gesprekken
met enkele Schotten (en Engelsen) en krijgen we zelfs 2 hele dure whiskys
aangeboden door mensen die dat hebben doorgegeven bij hun vertrek; we konden
ze dus niet eens bedanken, maar de whisky (we zijn helaas het merk vergeten)
smaakt heel goed en Teije loopt een beetje wankelend naar de kamer... aangeschoten?