Via de kust rijden we de A90 af naar Dunnottar Castle, iets
ten zuiden van Stonehaven. De kasteelruïnes zelf zijn schitterend,
maar vooral de ligging op een klip die aan 3 kanten steil afloopt in een
woeste zee maakt het geheel spectakulair.
Er hebben zich hier heel wat bloederige taferelen afgespeeld.
Zie op de kastelenpagina voor links. Omdat Teije erg moeilijk loopt bewaren
we een bezoek aan dit kasteel voor een andere keer (zie reisverslag 2003,
toen ook deze foto's gemaakt zijn).
Via de B976, een klein mooi weggetje dat parallel loopt aan
de bredere A93, komen we uiteindelijk in Crathie, waar vlakbij het Balmoral
Castle staat. In de 16e eeuw werd het oorspronkelijk gebouwd, maar in de
19e eeuw omgebouwd tot landhuis en sinds 1852 koninklijke residentie, waar
de koninklijke familie vaak de zomers doorbrengt.
De weg gaat nu de heuvels in en bij Braemar zien we het volgende
kasteeltje, een kleintje dit keer, die een beetje lijkt op een uit z'n kluiten
gegroeide Egyptische duiventil.
Eén groot pluspunt voor Schotland is dat er overal
'public toilets' zijn, iets wat Lies zeer op prijs stelt. In steden, dorpjes,
langs verlaten wegen, je komt ze overal tegen. Soms lijkt het wel alsof
we een public-toilet-route rijden!
Nadat we de Glen Shee zijn uitgereden, komen we in een vlakker
en veel drukker gebied. We zijn weer in midden-Schotland waar de 3 grootste
steden Glasgow, Edinburgh en Perth zich bevinden en dus ook meer mensen
en meer industrie. Perth was eeuwenlang de hoofdstad van Schotland.
Omdat we al weer een hele tocht achter de rug hebben, prikken
we een plaatsje op de kaart om een hotel te zoeken. Het wortd Kirkcaldy
aan de noordkant van een zeearm met zicht op Edinburgh ver in het zuiden
aan de overkant. Na lang zoeken vinden we eindelijk een betaalbaar hotel,
maar we voelen ons er niet op ons gemak. We checken dus in voor maar 1 nacht
en gaan morgenvroeg eerst een ander hotel zoeken in de buurt. Wel zitten
we vlakbij het water zodat we 's avonds nog een mooie strandwandeling kunnen
maken.