Deze dag is voor Loch Ness bestemd. Via Inverness rijden
we zuidwaarts langs de westelijke oever van het meer tot aan Drumnadrochit.
Daar bezoeken we eerst één van de Loch Ness Monster Exhibitions.
Of het de Original of de Official is, weten we niet meer, de meest noordelijke.
Het schijnt echter niet veel uit te maken. Na dit bezoek hebben we toch
ernstige twijfels over het bestaan van het monster, maar we blijven uitkijken.
Vanaf de weg is Castle Urquhart al mooi om te zien,
van dichterbij is het een plaatje. Een ruïne zoals je verwacht, al
is het moeilijk voor te stellen dat mensen hier ooit echt hun leven moesten
doorbrengen.
Ook de doedelzakspeler staat er zijn deuntjes te blazen en Lies wil nog
steeds weten of ze er nou wel of niet iets onder dragen. Binnen 2 weken
wordt het mysterie opgelost...
Het kasteel is in de 14e eeuw gebouwd ter verdediging
van de Great Glen in de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Engelsen. In
1692 werd het opgeblazen, maar nog steeds kun je zien dat dit een machtig
bolwerk moet zijn geweest dat niet gemakkelijk te veroveren was.
En verder is dit kasteel beroemd vanwege de ligging aan Loch
Ness en de nabijheid van het beruchte monster. De meeste foto's ervan zijn
vlakbij dit kasteel, in de baai van Urquhart, gemaakt. Het water schittert
en rimpelt, maar geen spoor van het monster.
Wat ons betreft heeft deze plek helemaal geen
monster nodig om toeristen aan te trekken; de ruïnes en de ligging
ervan zijn aantrekkelijk genoeg voor toeristen om op af te komen.
Hierna rijden we naar het zuiden tot aan Fort Augustus en
gaan dan de oostelijke kant van het meer langs, over een single track road,
een smal weggetje waar desalniettemin ook grote toeristenbussen (dubbeldeks)
overheen rijden. Eigenlijk is dit een veel betere weg om van het meer en
het landschap te genieten en wie tijd heeft moet zeker deze weg eens volgen.
In de loop van de middag komen we terug in Inverness en hebben
nog net tijd om naar het VVV te gaan, om informatie in te winnen over overnachtingsmogelijkheden.
We nemen stapels folders mee, vergelijken wat en komen uit op een obscuur
hotelletje, alweer in Beauly. We besluiten er gewoon eens heen te rijden
en zien dat we er gisteren ook al voor hadden gestaan. Afgebladderde groene
raamkozijnen, een ruitje waardoor je bijna niets ziet, mmmm... Wat moeten
we ervan denken? Gisteren vonden we het er te aftands en on-uitnodigend
uitzien, maar ze hebben ook een pub.
Dus besluiten we even naar binnen te gaan om een biertje
(Teije) en een kop koffie (Lies) te drinken. En binnen 10 minuten zijn we
verkocht. Hier horen we helemaal thuis. De eigenaren, Iain en Cathy, zijn
zeer sympathiek en we hebben direkt kontakt met de mensen die in deze lokale
pub zitten en binnenkomen. Geen gedoe, geen franje, maar dat hadden we aan
de buitenkant al gezien. We nemen een kamer en die blijkt heel ruim en schoon
te zijn met nog een aparte zitkamer erbij; we voelen ons volkomen gelukkig.
Hier willen we wel een tijdje blijven.